Het doel is helder: zoveel mogelijk jongeren ondersteunen naar een passende plek op de arbeidsmarkt. De nieuwste (voorlopige) uitvalcijfers laten zien dat we kleine stappen vooruit zetten. Maar niet overal en zeker nog niet genoeg.
Goed nieuws eerst. In schooljaar 2023-2024 is het aantal voortijdige schoolverlaters (vsv’ers) in de regio gedaald. Van 2,15% naar 2,06%. Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het betekent 33 jongeren minder die zonder diploma afhaken. Totaal aantal uitvallers: 688.
In het mbo ging het relatief goed. Het uitvalpercentage daalde van 5,33% naar 4,79%. In cijfers: 585 naar 510 jongeren. Een flinke stap vooruit. Het lijkt erop dat inspanningen van scholen, gemeenten en begeleiders hun vruchten afwerpen.
De cijfers van het vo laten een andere trend zien. Hier steeg het percentage uitval van 0,51% naar 0,67%. Omgerekend: van 115 naar 151 jongeren. Eén van de oorzaken? Het groeiend aantal nieuwkomers dat uitvalt. Demissionair staatssecretaris Mariëlle Paul werkt aan een verbeteraanpak voor het nieuwkomersonderwijs. Die moet nog voor de zomer klaar zijn.
Op landelijk niveau daalde het aantal nieuwe vsv’ers in het mbo met bijna 2.000 jongeren. Toch blijven de totale cijfers hoog: 29.163 uitvallers in het vo en mbo samen. Terwijl het doel voor 2026 op maximaal 18.000 ligt. Er is nog werk aan de winkel dus.
Volgens demissionair minister Eppo Bruins (OCW) ligt het actieplan vsv op schema. Scholen en gemeenten werken hard aan betere begeleiding. Er wordt ook volop ingezet op de stap ná school: duurzaam werk. Ofwel: jongeren helpen richting werk dat bij hen past en waar ze kunnen blijven. Hierdoor wordt een verdere daling van de uitval verwacht.
Niet elke jongere past in het standaard plaatje van een mbo-opleiding en – diploma. Daarom komen er steeds meer waardevolle alternatieven:
Deze routes helpen jongeren om werkervaring op te doen en skills te ontwikkelen. Ook als een volledig diploma (nog) niet lukt.
Studenten moeten straks bij elke opleiding minstens 2 keer per jaar kunnen instromen. Dat geeft meer ruimte voor maatwerk en voorkomt onnodig wachten of afhaken.
Regio’s maken afspraken over de oorzaken van schooluitval en jeugdwerkloosheid. Zo kunnen ze gericht aan de slag met wat er lokaal nodig is. Jongeren met een verhoogd risico op uitval krijgen extra aandacht. Via regionale programma’s én de nieuwe wet Van school naar duurzaam werk.