Onder leiding van Robbert Smakman en zijn collega’s van het Ministerie van OCW gingen de deelnemers aan de slag. Hoe kun je beter samenwerken als onderwijsinstellingen, gemeenten en het bedrijfsleven als potentiële arbeidsmarkt. Tijdens de eerste workshopronde werd in drie groepen hierover gebrainstormd door bestuurders, directeuren en andere leidinggevenden. In de tweede ronde wisselden professionals die in de praktijk uitvoering geven aan de nieuwe wet.
Een baan die bij hen past
Zo kwam naar voren dat het bedrijfsleven een rol kan pakken, ook bij het opleiden van leerlingen. Zo kunnen zij werk en leren combineren. Op deze manier krijgen jongeren weer een ritme en structuur en vinden ze een baan die bij hen past. Ook zou een diploma niet altijd nodig hoeven te zijn, maar zou een praktijkverklaring ook moeten gelden als een certificaat. Het bedrijfsleven kan ook het openbaar vervoer of een fiets vergoeden voor een leerling. Er moet budget zijn om praktische drempels te overwinnen, zodat leerlingen naar hun werkplek kunnen reizen.
Individu centraal
Een belangrijke conclusie was ook om te kijken naar het individu en kijken wat een leerling nodig heeft en maatwerk bieden. Iedereen is het erover eens dat een coach die leerlingen voor langere tijd begeleidt een goed initiatief is. Iemand die het gezin kent, die de leerling goed kent en die de leerling op weg kan helpen met allerlei praktische tips. Zelfs een werkgever kan coaches leveren, dat hoeft niet altijd via de onderwijsinstellingen of de gemeenten te verlopen.
Geen barrières
Er kwam naar voren dat er geen barrières moeten worden opgeworpen, maar dat we gewoon moeten beginnen met goede ideeën uitvoeren en dan komt het geld vanzelf.